Laatste update: 1 juni 2026
De Groote Dijckagie: Het middeleeuwse ‘Delta-plan’ van de Lage Landen
Het huidige natuurgebied Madestein, destijds een kweldergebied achter de loze duinen ten westen van Den Haag, werd vanaf het jaar 550 ontgonnen door Benedictijner monniken. Dit gebeurde niet incidenteel, maar als onderdeel van een omvangrijk interregionaal polderproject onder supervisie van de Benedictijner Orde, die hiervoor een pauselijke concessie had verkregen.
Het doel van deze ‘Groote Dijckagie’ – die uiteindelijk in 1420 werd voltooid en liep van Egmond tot aan Hohorst bij Amersfoort – was geopolitiek en waterstaatstechnisch van aard:
-
Eén aaneengesloten zeewering: Het project moest voorkomen dat Holland (bij springvloed en westerstorm) en Utrecht (via de getijden vanuit het Flevomeer) voortdurend onderliepen en verzilteden.
-
Pauselijke soevereiniteit: Het plan was bedoeld om de Lage Landen te winnen voor de Stedehouder Christi. De ontgonnen polders en kwelders werden namens de Heilige Stoel verpacht en gefiscaliseerd.
-
Wereldlijke handhaving: De Abten van Egmond en Utrecht stuurden brigades krijgsknechten aan (gobiliseerd via de latere Graven van Holland) om de orde en voortgang te bewaken.
-
Centrale administratie: Het polderkantoor bevond zich op het knooppunt waar de weteringen de Rotte en de Love samenvloeiden en uitwaterden in de toenmalige binnenzee de Mer-Wede.

De monniken zetten het dijkparcours uit in Romeinse passen (dijkparken). De pacht werd in natura geïnd (een tiende van het veldgewas, vee en pluimvee), aangezien er nauwelijks munten in omloop waren. Men startte in Egmond en werkte naar het noorden. In gebieden waar de zeegang destijds onbedwingbaar leek, zoals Madestein, koos men voor tijdelijke kweldering met dammen en voortdurende bewaking. Madestein stond dan ook bekend als een ‘calamiteuze polder’.
Een uitgebreide waterstaatstechnische uiteenzetting vindt u in de monografie De Hollandse Groote Dijckagie. Voor meer informatie over de wandelingen in Madestein, zie Stichting Arcadisch Madestein.
De historische reconstructie van dit project leunt op Vaticaanse belastingdocumenten. De pauselijke ambtenaren hielden de getrapte fiscale afdrachten per dijkpark nauwkeurig bij, aangezien hun eigen salarissen en het ambtelijke schalensysteem hiervan afhankelijk waren.
Beleving in de praktijk: Wandeltochten en beurtvaarten
Hoewel het historische belang van dit middeleeuwse Delta-plan groot is, merkt de Stichting tijdens voordrachten dat geïnteresseerden het vaak lastig vinden om zich hier een zintuiglijk beeld van te vormen. Om de wording van ‘Holland’ (Holstland/Houtland) tastbaar te maken, heeft de Stichting historische wandeltochten en beurtvaarten opgezet in samenwerking met de betrokken gemeenten.
De nieuwste route is een beurtvaart vanaf Den Haag naar de Rotterdamse Delfse Vaart. De benodigde vergunningen en ontheffingen hiervoor zijn inmiddels grotendeels verkregen.
Verzoek aan de gemeente Rotterdam: Instemming ten principale
Het doel is om met groepen van circa dertig deelnemers onder leiding van een gids te debarkeren op het Grotekerkplein voor een rondleiding in de Sint-Laurenskerk. De Stichting vraagt de gemeente Rotterdam hiervoor om een instemming ten principale.
Wanneer er geen praktische belemmeringen zijn (zoals een kerkdienst of uitvaart), wil de Stichting deze rondleidingen graag intern laten faciliteren. Omdat de exacte frequentie en schepelingensamenstelling nog niet definitief zijn, gaat het op dit moment puur om een principiële goedkeuring.
De Sint-Laurenskerk als algemene nutsinstelling
Aangezien de Sint-Laurenskerk eigendom is van de gemeente Rotterdam, dient het gebouw conform de Gemeentewet te worden ingezet als een algemene nutsinstelling voor álle burgers, ongeacht religie of achtergrond. De voorgestelde rondleiding sluit hier naadloos bij aan door de Laurens te presenteren als een wereldlijk, publiek gebouw, los van de religieuze context.
Historisch gezien was het complex immers van de beginne af aan een seculier en waterstaatstechnisch knooppunt:
-
Opslag en veilinghuis: Het diende als centrale opslagplaats voor dijkmaterialen en als veilinghuis voor kweldergunningen, dijkpachten en sluis- en brugvergunningen.
-
Architectenkantoor: In het gebouw werden de dijkplannen tot aan Vleuten opgesteld en gefaseerd aanbesteed.
-
Bouwkundige sporen: De huidige zijkapellen functioneerden oorspronkelijk als werkschuren (vergelijkbaar met de gotische constructies in Lisse). Hier werden de riettenen matten gevlochten, de houten schoeren geïmpregneerd en de basaltblokken opgeslagen die nodig waren om de zeeweringen tijdens westerstormen te beschermen.
